ha lief,

dinsdag had ik toegewijd aan “grace”. Joki had gevraagd of ik haar wilde supporten bij de opnames voor Holland’s Got Talent. In Zwolle. En ik had niet goed geweten wat ik er mee moest. Dus gooide ik de I-Ching en die gaf me “Grace”, met een tekst er bij die ik vertaalde als “het gaat nu niet om jou, het gaat om je aanwezigheid. “Even if you don’t feel understood, you can perhaps connect with a few isolated hearts.”

Dus ik dacht: kom, daar gooi ik een dagje tegenaan. Maar vreemd genoeg ging Joki zeggen dat het wel heeeelemaal in Zwolle was, voor maar een paar minuutjes zingen. Èn ook er naar toe reizen was niet samen. Dàt had me nou nog wel leuk geleken.

Dus ik verzon wat anders: m’n moeder had een vriendin in Zwolle. Als ik díe nou eens daar af zou zetten, dan zelf even snuffelen bij de opnames, en dan weer moeder ophalen en terug.

Maar m’n moeder wílde helemaal niet naar Zwolle. Maar zo kwam ik dus wel bij m’n moeder terecht. Van wie ik me steeds afvraag hoeveel zorgen ik me moet maken.

Het is altijd een beetje zoeken, met m’n moeder. Nu nog meer omdat ze zo vergeetachtig wordt. Het weten dat ze niet alles meer weet, doet iets “verliezigs” in m’n hoofd. Alsof alles dan maar oppervlakkig moet blijven.  Het is raar dat ik daar nu pas last van heb, want eigenlijk is het altijd zo geweest. Dus toen ze niet meer wist wat voor dingen ik maakte, ben ik het op de computer gaan laten zien. En stukjes van de verhalen gaan voorlezen. Over de vrouw die iets miste. En over de vrouw die kon luisteren. Daarmee was de magie wat mij betreft aan gezet.

Tijdens het avondeten vertelde ik dat m’n kinderen het niet makkelijk hadden gehad. Wel knap en intelligent, maar in sociaal opzicht zo bang en teruggetrokken. “Dat hadden ze niet van jou!” zei m’n moeder. “Jawel” zei ik. En daarmee ging er ineens veel open. “Had je dat thuis ook al?” vroeg ze. Ik kon het gewoon niet verstaan. Dat er ruimte was voor deze vraag, daar was ik gewoon niet op bedacht.

Dus daar ging het over. En over het verhaal hoe ik op het land achtergelaten was (iets waarvan ik ook dacht: nou ja, dat verhaal ken je, dat hoef ik niet nog eens te vertellen)  en hoe het overlijden van m’n vader de paniek daarvan weer had blootgelegd. Het was tóch fijn om te zien, hoe ze er van schrok. Èn het was fijn om verder te vertellen. Dat ik dacht, dat doordat ik m’n broers en zussen zo miste, het leek of daardoor m’n verlangen nóg groter kon worden en dat ik zo kon willen dat ik óók die overleden jongens had kunnen zien.

“Weet je dat ik die zelf niet eens heb vastgehouden?” zei ze toen. Ze maakte een soort open kom met haar handen, alsof daar een babietje in kon, en bewoog ze even op en neer. Dat was zo’n lief gebaar. Dat hele moment staat me zo lief in de geest. EIgenlijk deed ze geloof ik de handen van m’n vader na. Hoe die het kind had vastgehouden. Die eerste dan. Het was echt een tijdreismoment. En weet je wat zo fijn was? Ze werd weer zo “vast”, in het moeder zijn. Ook dat ze weer een moeder kon zijn voor mij. Dat verdwaasde gescharrel vanuit het voortdurende vergeten zijn was uit haar gevallen. Nu wist ze weer wie ze was. (denk ik dan maar)

Ik wou je deze belevenissen nog even zachter vertellen, dan ik gedaan had.

liefs,

JOke

dinsdag
Sleutelwoorden: